ECLI:NL:HR:2010:BN7655

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00707
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:262 lid 1 BWAArt. 3:13 BWAArt. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake rangwisseling hypotheken en misbruik bevoegdheid

De zaak betreft een geschil tussen [eiser] c.s. en Interbank Aruba N.V. over de rangwisseling van hypotheken en de vraag of daarbij misbruik is gemaakt van de bevoegdheid voortvloeiend uit artikel 3:262 lid 1 BWA Pro, in samenhang met artikel 3:13 BWA Pro onder Arubaans recht.

Eisers stelden dat Interbank misbruik maakte van haar bevoegdheid bij de rangwisseling van hypotheken. De feiten en eerdere vonnissen van het gerecht in eerste aanleg van Aruba en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba zijn aan het arrest gehecht.

Het cassatieberoep is ingesteld tegen het vonnis van het hof, maar de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgt dit advies.

De Hoge Raad veroordeelt eisers in de kosten van het cassatiegeding en wijst het beroep af zonder nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

5 november 2010
Eerste Kamer
09/00707
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende op Aruba,
2. FURNITURE OUTLET CENTER N.V.,
gevestigd op Aruba,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
INTERBANK ARUBA N.V.,
gevestigd op Aruba,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer en mr. A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Interbank.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met nr. 935 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 11 oktober 2006,
b. het vonnis in de zaak met nr. AR.1858/2003-H146/07 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 18 november 2008.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Interbank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Interbank mede door mr. D.A. van der Kooij, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Interbank begroot op € 361,65 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 november 2010.