ECLI:NL:HR:2010:BN7061
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en waardering varkensrechten na echtscheiding
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap centraal, waarbij een agrarisch bedrijf met varkensrechten onderdeel uitmaakt van de gemeenschap. De vrouw heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het eindarrest van het gerechtshof, terwijl de man incidenteel cassatieberoep heeft ingesteld. De zoon is verstek verleend.
De procedure omvatte meerdere vonnissen van de rechtbank 's-Hertogenbosch en arresten van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch over een periode van jaren. De Hoge Raad heeft de klachten van partijen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden, mede omdat de waardering van de varkensrechten een feitelijke beoordeling betreft die aan de feitenrechter is voorbehouden.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het principale beroep verworpen moest worden en het incidentele beroep niet-ontvankelijk was voor zover het gericht was tegen tussenarresten en een arrest van 10 maart 2009. De Hoge Raad heeft het principale en incidentele beroep verworpen en de kosten van de cassatieprocedure gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het principale en incidentele cassatieberoep en bevestigt dat de waardering van varkensrechten aan de feitenrechter is voorbehouden.