ECLI:NL:HR:2010:BN6240

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03708
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:681 lid 2 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afweging bij kennelijk onredelijk ontslag volgens art. 7:681 lid 2 BW

In deze zaak stond de vraag centraal of het ontslag van eiser kennelijk onredelijk was in de zin van artikel 7:681 lid Pro 2, onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Eiser had bij de kantonrechter en het gerechtshof tevergeefs betoogd dat het ontslag onredelijk was vanwege de gevolgen voor hem. Het gerechtshof oordeelde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was en wees het beroep af.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en overweegt dat de klachten van eiser niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad benadrukt dat het gevolgencriterium van artikel 7:681 lid 2 BW Pro inhoudt dat alle relevante omstandigheden van het geval moeten worden afgewogen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het beroep, hetgeen de Hoge Raad volgde. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, met uitzondering van de kosten aan de zijde van de wederpartij, die nihil worden begroot.

Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2010.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag wordt niet als kennelijk onredelijk beoordeeld.

Uitspraak

15 oktober 2010
Eerste Kamer
09/03708
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
VERENIGING VAN EIGENAARS SERVICE-APPARTEMENTEN "HET HOOGHE OORD",
gevestigd te Vaals,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Hooghe Oord.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaken met de zaaknummers 257955 CV EXPL 07-1864, 257958 CV EXPL 07-1865 en 257960 CV EXPL 07-1866 van de kantonrechter te Maastricht van 4 juli 2007 en 2 april 2008;
b. het arrest in de zaak HD 200.008.999 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 7 juli 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Hooghe Oord is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hooghe Oord begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, J.C. van Oven, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 oktober 2010.