ECLI:NL:HR:2010:BN2292

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00411
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in strafzaak over culpa en causaliteitsleer redelijke toerekening

Op 5 oktober 2010 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld dat was ingesteld door verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 oktober 2008. Het geschil betrof onder meer de toepassing van culpa en de causaliteitsleer van de redelijke toerekening in het strafrecht.

Namens verdachte diende mr. R.J. Baumgardt een middel van cassatie in, dat onderdeel uitmaakt van het dossier. De Advocaat-Generaal Hofstee concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, en uitgesproken op 5 oktober 2010. Hiermee werd het beroep van verdachte verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

5 oktober 2010
Strafkamer
nr. 09/00411
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 oktober 2008, nummer 20/004137-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 oktober 2010.