ECLI:NL:HR:2010:BN1702
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onmiddellijke werking beschikking ongewenstverklaring vreemdeling
In deze zaak stond centraal of een bezwaar tegen een beschikking waarbij een persoon tot ongewenst vreemdeling is verklaard, schorsende werking heeft. De verdachte verbleef op 7 januari 2008 in Nederland terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Hij werd aangehouden tijdens een politiecontrole. De verdediging voerde aan dat de verdachte vrijgesproken moest worden omdat het bezwaar tegen de beschikking nog niet onherroepelijk was beslist.
Het hof oordeelde dat de beschikking onmiddellijke werking heeft, omdat de Vreemdelingencirculaire 2000 bepaalt dat het indienen van een bezwaar tegen een ongewenstverklaring de werking van de beschikking niet opschort. Dit werd bevestigd door het feit dat het beroep op bezwaar was verworpen. De Hoge Raad nam dit standpunt over en verwierp het cassatieberoep van de verdachte.
De Hoge Raad benadrukte dat het bezwaar tegen de beschikking geen schorsende werking heeft, verwijzend naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hiermee werd bevestigd dat de verdachte terecht werd aangehouden en veroordeeld voor het verblijf in Nederland terwijl hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bewezenverklaring van het verblijf als ongewenst vreemdeling blijft gehandhaafd.