ECLI:NL:HR:2010:BN1407

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00498
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over internationale koop en toepasselijkheid algemene voorwaarden

In deze zaak stond de vraag centraal of algemene voorwaarden van toepassing waren op een internationale koopovereenkomst tussen partijen uit Duitsland en Nederland, waarbij het Weens Koopverdrag (CISG) een rol speelde. De zaak werd in eerste aanleg en hoger beroep behandeld door de rechtbank Maastricht en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarna cassatie werd ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiseres verworpen. De klachten die in cassatie werden aangevoerd, boden geen grond voor vernietiging van het hofarrest. Daarbij overwoog de Hoge Raad dat de klachten niet leidden tot rechtsvragen die beantwoording in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisten, zodat nadere motivering achterwege kon blijven.

De Hoge Raad veroordeelde eiseres tevens in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van de lagere instanties en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het toetsen van feitelijke en toepassingskwesties in cassatie, zeker wanneer internationale verdragen zoals het Weens Koopverdrag aan de orde zijn.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

8 oktober 2010
Eerste Kamer
09/00498
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats], Duitsland,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.M. von [eiseres] auf Altenstadt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 97211/HA ZA 04-1136 van de rechtbank Maastricht van 13 juli 2005;
b. de arresten in de zaak HD 103.002.279 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 mei 2007 en 28 oktober 2008.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 1.616,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 oktober 2010.