ECLI:NL:HR:2010:BN0655

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04982
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27p AwirArt. 81 Wet RO
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over griffierechtvergoeding bij successierechtzaak

Belanghebbende kreeg een aanslag in het recht van successie opgelegd na verkrijging uit een nalatenschap. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank, die de aanslag verder verminderde en de uitspraak van de inspecteur vernietigde. Zowel belanghebbende als de inspecteur stelden hoger beroep in bij het hof. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de inspecteur en verminderde de aanslag verder, waarbij het hoger beroep van de inspecteur ongegrond werd verklaard.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad en klaagde onder meer dat het hof ten onrechte had nagelaten de Staat te veroordelen tot vergoeding van het door haar betaalde griffierecht. De Minister van Financiën diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof op grond van artikel 27p lid 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen verplicht was geweest de griffierechten te vergoeden. Het hof had dit ten onrechte niet gedaan, waardoor het arrest van het hof vernietigd werd voor zover het de griffierechtvergoeding betrof. De overige klachten werden verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad veroordeelde de Minister van Financiën tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het de griffierechtvergoeding betreft en veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.

Uitspraak

Nr. 09/04982
9 juli 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 26 november 2009, nrs. 09/0045 en 09/0051, betreffende een aanslag in het recht van successie.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is wegens verkrijging uit de nalatenschap van P. Kuiken een aanslag in het recht van successie opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd.
De Rechtbank te Leeuwarden (nr. AWB 08/650) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd.
Zowel belanghebbende als de Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft het hoger beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verder verminderd. Het hoger beroep van de Inspecteur is ongegrond verklaard.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Minister van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd. Op grond van artikel 27p, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen had het Hof daarom moeten gelasten dat de Staat aan belanghebbende het door haar betaalde griffierecht vergoedt. Belanghebbende klaagt er terecht over dat het Hof dit achterwege heeft gelaten.
3.2. De overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.3. Gelet op hetgeen onder 3.1 is overwogen kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Minister van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, doch uitsluitend voor zover daarbij een veroordeling van de Staat tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht achterwege is gebleven,
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door haar ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 110, alsmede het bij het Hof betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof ten bedrage van € 110, derhalve in totaal € 220, en
veroordeelt de Minister van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 437 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2010.