ECLI:NL:HR:2010:BN0378
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens overschrijding cassatietermijn in faillissementszaak
In deze cassatieprocedure betrof het een beroep tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 25 november 2009 in een faillissementszaak. Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest. Volgens artikel 351 lid 5 van Pro de Faillissementswet moet het cassatieberoep binnen acht dagen na de uitspraak van het arrest worden ingesteld.
De cassatietermijn verliep op 3 december 2009, maar het verzoekschrift werd pas op 4 december 2009 ingediend bij de griffie van de Hoge Raad. Hierdoor was het cassatieberoep niet tijdig ingediend. De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker.
De Hoge Raad bevestigde deze conclusie en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. Dit betekent dat de Hoge Raad niet inhoudelijk op de zaak is ingegaan vanwege het niet naleven van de termijn.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens (voorzitter), Van Schendel, Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door Numann op 9 juli 2010.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.