ECLI:NL:HR:2010:BM9711

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02226
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verzwaarde stelplicht en bewijslast in civiele procedure

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 17 september 2010 het cassatieberoep van eiser verworpen. Het betrof een civiele procedure waarin de verzwaarde stelplicht en bewijslast aan de orde waren, zoals neergelegd in artikel 150 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De zaak betrof een geschil tussen eiser en verweerders, waarbij het gerechtshof te Leeuwarden op 24 februari 2009 een arrest had gewezen dat door eiser in cassatie werd aangevochten. De Hoge Raad heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof bekrachtigd zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, maar deze kosten zijn begroot op nihil. Het arrest is gewezen door een kamer van vijf raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Fleers en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

17 september 2010
Eerste Kamer
09/02226
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 62676/HA ZA 07-402 van de rechtbank Assen van 23 januari 2008;
b. het arrest in de zaak 107.002.524/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 24 februari 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door mr. M. Ynzonides en mr. Y. Tijms, beiden advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging en verwijzing.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, J.C. van Oven, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 september 2010.