ECLI:NL:HR:2010:BM9611

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01926
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38 OnteigeningswetArt. 81 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatie tegen vervroegde onteigening en overnemingsplicht

In deze zaak stond de vraag centraal of bij vervroegde onteigening van een gedeelte van een perceel de onteigenende partij verplicht is het overblijvende gedeelte over te nemen op grond van artikel 38 van Pro de Onteigeningswet. De rechtbank Almelo had eerder geoordeeld en het vonnis is aan het arrest gehecht.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen dit vonnis, waarbij de Gemeente Enschede zich als verweerder opstelde en verzocht tot verwerping van het beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep ongegrond te verklaren.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven, Van Schendel en in het openbaar uitgesproken door Bakels op 24 september 2010. De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

24 september 2010
Eerste Kamer
09/01926
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
DE GEMEENTE ENSCHEDE,
zetelende te Enschede,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak 100898 HA ZA 09-311 van de rechtbank Almelo van 15 april 2009.
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Gemeente mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen strekt tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 9 juli 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 24 september 2010.