ECLI:NL:HR:2010:BM8907

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00862
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging cassatie over cessie vordering uit onverschuldigde betaling bij frauduleuze overboeking

In deze zaak stond de vraag centraal of een bank de vordering uit een onverschuldigde betaling, ontstaan door een frauduleuze overboeking, kon overdragen aan een derde door middel van cessie. De feiten betreffen een geschil tussen eiseres en ABN AMRO Bank over de rechtsgeldigheid van deze cessie.

De zaak werd behandeld door de kantonrechter en het gerechtshof, waarbij laatstgenoemde het standpunt van de bank bevestigde. Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep zonder nadere motivering, mede op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.

De Hoge Raad veroordeelde eiseres tevens in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest bevestigt daarmee de geldigheid van de cessie van de vordering uit onverschuldigde betaling in het kader van frauduleuze overboeking en sluit het geschil definitief af.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

17 september 2010
Eerste Kamer
09/00862
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en ABN AMRO.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 328491 van de kantonrechter te Eindhoven van 29 juli 2004,
b. het arrest in de zaak HD 103.005.713 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 oktober 2008.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABN AMRO heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 september 2010.