ECLI:NL:HR:2010:BM8565
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van de aanvraag tot herziening wegens overtreding APV Amsterdam
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een verstekvonnis van de Kantonrechter te Amsterdam, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Amsterdam. De opgelegde sanctie bestond uit een geldboete van €150,-, subsidiair drie dagen hechtenis.
De aanvraag tot herziening werd ingediend door mr. R.T. Laigsingh namens de aanvrager. De Advocaat-Generaal Aben heeft in zijn conclusie geadviseerd de aanvraag af te wijzen. De Hoge Raad heeft deze conclusie gevolgd en geoordeeld dat de aanvraag ongegrond is.
De Hoge Raad verwijst voor de motivering van dit oordeel naar de conclusie van de Advocaat-Generaal en baseert zijn beslissing op artikel 468 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 22 juni 2010.
De beslissing houdt in dat de aanvraag tot herziening wordt afgewezen en het verstekvonnis ongewijzigd blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt het verstekvonnis.