ECLI:NL:HR:2010:BM8037
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en motivering van strafoplegging bij rijden onder invloed
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die op of omstreeks 8 juni 2007 in Enschede als bestuurder van een voertuig reed met een ademalcoholgehalte van 655 microgram per liter, wat het wettelijk maximum overschrijdt. De verdachte voerde aan dat de opgelegde straf onvoldoende was gemotiveerd en verzocht om een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en financiële draagkracht.
Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een geldboete van €650,-, subsidiair 13 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden. De strafoplegging is gemotiveerd aan de hand van de aard en ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, en de richtlijnen van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren (LOVS). Het hof achtte de opgelegde straf passend en vond geen aanleiding tot wijziging.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de strafoplegging voldoende heeft gemotiveerd, ook in het licht van de door verdachte aangevoerde omstandigheden. Er is geen sprake van een motiveringsgebrek zoals bedoeld in artikel 359, tweede lid, Sv. Hoewel de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, leidt dit niet tot rechtsgevolgen gezien de aard van de opgelegde straf. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot een geldboete van €650,- en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden.