ECLI:NL:HR:2010:BM7500
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in fiscale fraudezaak
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 14 september 2010 uitspraak gedaan in een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 maart 2008. De verdachte werd veroordeeld voor fiscale fraude. Het cassatieberoep was ingesteld door de verdachte en werd behandeld met schriftelijke middelen.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend met betrekking tot de strafduur en vermindert de gevangenisstraf tot 23 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
De reden voor de vermindering is de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. De overige middelen van cassatie worden verworpen omdat deze geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad besluit aldus de straf te verminderen wegens de termijnoverschrijding, terwijl de rest van het arrest gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 23 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, wegens overschrijding van de redelijke termijn.