ECLI:NL:HR:2010:BM6997
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek moordzaak wegens ontbreken nieuw bewijs
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de aanvrager is veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf wegens moord. De aanvrager stelde dat nieuw onderzoek het tijdstip van overlijden van het slachtoffer anders vaststelde dan het hof had aangenomen, wat volgens hem tot vrijspraak of ontslag van vervolging zou moeten leiden.
De Hoge Raad onderzocht of het nieuwe bewijs, waaronder een postmortale tijdsintervalbepaling en aanvullend onderzoek namens de aanvrager, een novum vormde dat het eerdere oordeel zou kunnen wijzigen. Uit het dossier bleek echter dat het hof niet was uitgegaan van een exact tijdstip van overlijden maar slechts had vastgesteld dat het slachtoffer op 10 december 2004 was overleden.
Verder bleek dat de aanvrager aantoonbaar niet aanwezig was op het moment dat het slachtoffer volgens het nieuwe onderzoek zou zijn overleden, waardoor het nieuwe bewijs geen ernstige twijfel aan de schuld opriep. De Hoge Raad concludeerde dat de aanvrage geen omstandigheden bevatte die tot herziening konden leiden en wees het verzoek af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot 16 jaar gevangenisstraf wegens moord.