ECLI:NL:HR:2010:BM6770
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onregelmatigheden geurproef zonder aantasting bewezenverklaring
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 2001, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor poging tot diefstal en diefstal met braak. Het verzoek tot herziening is gebaseerd op onregelmatigheden bij geuridentificatieproeven uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland tussen 1997 en 2006. De speurhondengeleiders waren tijdens de proeven regelmatig op de hoogte van de sorteervolgorde, wat in strijd was met het protocol en de betrouwbaarheid van de proeven aantastte.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel de geurproef onregelmatig is uitgevoerd en het resultaat daarvan niet als betrouwbaar kan worden beschouwd, het hof ook zonder deze resultaten voldoende bewijs had. Dit bewijs bestond onder meer uit de eigen verklaringen van de aanvrager over zijn betrokkenheid bij de inbraak en de vondst van gestolen goederen in zijn woning. Hierdoor is geen ernstig vermoeden dat de aanvrager vrijgesproken zou zijn als de geurproef niet was gebruikt.
De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening daarom af. De beslissing bevestigt dat onregelmatigheden in bewijsvoering niet automatisch leiden tot herziening als er voldoende ander bewijs is dat tot dezelfde conclusie leidt. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 26 oktober 2010.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen omdat het hof ook zonder de geurproef voldoende bewijs had voor de bewezenverklaring.