ECLI:NL:HR:2010:BM6656
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Cassatie over rechtmatigheid afluisteren advocaat en gevolgen voor vervolging
In deze strafzaak stond centraal of het gebruik van afgeluisterde telefoongesprekken tussen een advocaat en verdachte rechtmatig was en of het openbaar ministerie daarom niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Het hof had geoordeeld dat de bewijsgaring onrechtmatig was, maar dat geen sprake was van grove veronachtzaming die niet-ontvankelijkheid rechtvaardigde.
De Hoge Raad bevestigt dat de bewijsgaring onrechtmatig was omdat niet was voldaan aan de wettelijke vereisten rond het verschoningsrecht van de advocaat en de vereiste machtigingen van de rechter-commissaris ontbraken. Desondanks is het beroep tot niet-ontvankelijkverklaring terecht verworpen omdat geen grove veronachtzaming of doelbewuste schending van procesrechten is vastgesteld.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden in de cassatiefase, wat leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van achttien naar zestien maanden. De overige middelen worden verworpen en het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en zelf afgedaan.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd naar zestien maanden; het beroep tot niet-ontvankelijkverklaring is verworpen.