ECLI:NL:HR:2010:BM6085
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden volgens de Haviltexmaatstaf
In deze zaak stond de uitleg van het periodiek verrekenbeding in artikel 7 van Pro de huwelijkse voorwaarden centraal, met name het begrip 'winst uit onderneming' zoals genoemd in artikel 6 lid 2 van Pro de huwelijkse voorwaarden. De vrouw stelde dat dit begrip ruim moest worden geïnterpreteerd, inclusief dividenden en verkoopopbrengsten uit vennootschappen van de man. De man betwistte dit en stelde dat deze inkomsten niet onder het verrekenbeding vielen.
Het hof heeft de uitleg van de huwelijkse voorwaarden getoetst aan de hand van de Haviltexmaatstaf, waarbij de bedoeling van partijen centraal stond. Het hof concludeerde dat partijen bij het opstellen van de voorwaarden een beperkt inkomensbegrip voor ogen hadden, aansluitend bij de destijds geldende Wet op de inkomstenbelasting 1964. Dit betekende dat alleen winst uit onderneming die daadwerkelijk voor rekening van de man werd gedreven, in aanmerking kwam voor verrekening.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwierp het cassatieberoep van de vrouw. De Hoge Raad benadrukte dat de uitleg van huwelijkse voorwaarden primair aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het hof geen zuiver taalkundige uitleg heeft gegeven, maar een uitleg die recht doet aan de bedoeling van partijen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen rechtsregel heeft miskend en dat het cassatieberoep faalt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitleg van het hof wordt bevestigd.