ECLI:NL:HR:2010:BM5709
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WSNP wegens schending informatieverplichting
In deze zaak ging het om de beëindiging van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) vanwege een schending van de informatieverplichting door verzoekster. De rechtbank 's-Gravenhage had op 26 november 2009 een vonnis gewezen en het gerechtshof te 's-Gravenhage had op 12 januari 2010 het vonnis bevestigd. Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd, waarmee de beëindiging van de WSNP wegens schending van de informatieverplichting is gehandhaafd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven, Van Schendel en in het openbaar uitgesproken door Numann op 9 juli 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.