ECLI:NL:HR:2010:BM5140
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake toepassing WWB
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreffende de toepassing van de Wet werk en bijstand (WWB). Het cassatieberoep richtte zich niet op de schending of verkeerde toepassing van artikel 3, leden 3 tot en met 5, van de WWB, welke bepalingen het begrip gezamenlijke huishouding betreffen en waartegen cassatieberoep mogelijk is.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep daarom niet ontvankelijk was omdat het niet aan de wettelijke vereisten voldeed. De klachten van belanghebbende konden derhalve niet tot cassatie leiden. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2010. Hiermee werd het beroep in cassatie ongegrond verklaard en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid.