ECLI:NL:HR:2010:BM4445
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Den Haag
Op 13 juli 2010 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 april 2009. Het beroep was ingesteld door verdachte en werd bijgestaan door mr. G. Spong. De Advocaat-Generaal Vellinga had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest werd gewezen door vice-president F.H. Koster als voorzitter, samen met raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen.
De uitspraak bevestigt het arrest van het Gerechtshof en betekent dat de eerdere uitspraak in stand blijft zonder dat de Hoge Raad inhoudelijk op de middelen is ingegaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage blijft in stand.