ECLI:NL:HR:2010:BM3952
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verhaalsrecht verzekeraar op mede-aansprakelijke derde onder aansprakelijkheidsverzekering
In deze zaak was sprake van brandschade veroorzaakt door een vijftienjarige die samen met een vriend brand stichtte op een bouwplaats. De schade werd vergoed door de CAR-verzekeraars van het bouwproject. De aansprakelijkheidsverzekeraar RVS van de brandstichter heeft de schade aan de CAR-verzekeraars vergoed en wilde vervolgens verhaal halen op de mede-aansprakelijke derde, [A].
De rechtbank en het hof wezen dit verhaalsrecht af, stellende dat de vordering van de verzekerde op de mede-aansprakelijke derde niet viel onder de definitie van 'vorderingen tot schadevergoeding op derden ter zake van door de verzekerde geleden schade' zoals bedoeld in art. 7:962 BW Pro. De Hoge Raad vernietigde dit arrest en stelde dat het verhaalsrecht dat de verzekerde ontleent aan art. 6:10 en Pro 6:12 BW wel degelijk onder art. 7:962 BW Pro valt.
De Hoge Raad benadrukte dat de schade die door de verzekeraar is vergoed, schade is die de verzekerde zelf draagt, namelijk de brandschade waarvoor hij hoofdelijk aansprakelijk is. De verzekeraar is daardoor gesubrogeerd in de rechten van de verzekerde tegenover de mede-aansprakelijke derde. Het arrest van het hof werd vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van het verhaalsrecht onder aansprakelijkheidsverzekeringen en voorkomt dat mede-aansprakelijke derden profiteren van de verzekering van een medeschuldenaar.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt dat het verhaalsrecht van de aansprakelijkheidsverzekeraar op de mede-aansprakelijke derde onder art. 7:962 BW valt.