ECLI:NL:HR:2010:BM3286

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00401
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en verwijzing inzake onbehandelde standpunten over aandeelhouderschap en inkomen uit werkzaamheden

Belanghebbende kreeg voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de uitspraak van de inspecteur, waarna het hof dit bevestigde. De staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad constateerde dat het hof in zijn uitspraak niet had geoordeeld over het standpunt van de inspecteur dat de enig aandeelhouder en bestuurder van B B.V. als strovrouw fungeerde en dat belanghebbende daarom inkomen uit aanmerkelijk belang genoot. Tevens liet het hof het meer subsidiaire standpunt van de inspecteur over inkomen uit overige werkzaamheden onbesproken.

Gezien deze onbehandelde standpunten vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en liet de vergoeding van kosten aan het verwijzingshof over.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

Nr. 09/00401
7 mei 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 december 2008, nr. BK-07/00638, betreffende een aan X te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2002 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd.
De Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 06/8349 IB/PVV) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd.
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraken van de Rechtbank en het Hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
3.1. Het eerste middel voert aan dat het Hof heeft verzuimd in zijn uitspraak een oordeel te geven met betrekking tot de stelling van de Inspecteur dat de enig aandeelhouder en bestuurder van B B.V. (hierna: B), D, als strovrouw voor belanghebbende fungeerde en dat belanghebbende daarom als genieter van inkomen uit aanmerkelijk belang in deze vennootschap moet worden aangemerkt. Het middel slaagt. De stukken van het geding laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat de Inspecteur dit standpunt inderdaad heeft ingenomen. Een beoordeling daarvan ontbreekt ten onrechte in 's Hofs uitspraak.
3.2. Het tweede middel klaagt erover dat 's Hofs uitspraak geen oordeel bevat over het in punt 4.2 van die uitspraak opgenomen meer subsidiaire standpunt van de Inspecteur. Ook die klacht is gegrond. Het Hof heeft ten onrechte onbesproken gelaten de stelling van de Inspecteur dat belanghebbende ter zake van zijn bemoeiingen met B resultaat uit overige werkzaamheden heeft genoten.
3.3. Gelet op het hiervoor in 3.1 en 3.2 overwogene kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor het Hof en van het geding voor de Rechtbank een vergoeding dient te worden toegekend.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P. Lourens als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck, A.R. Leemreis, E.N. Punt en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2010.