ECLI:NL:HR:2010:BM2502
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie bij niet-indienen schriftuur houdende middelen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene heeft het beroep in cassatie ingesteld, maar heeft geen schriftuur houdende middelen van cassatie door een raadsman binnen de wettelijk gestelde termijn ingediend.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad oordeelt dat het niet indienen van schriftuur houdende middelen binnen de termijn een schending is van art. 437 lid 2 in Pro verbinding met art. 511h Sv, waardoor betrokkene niet in het beroep kan worden ontvangen.
Daarom verklaart de Hoge Raad betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en wijst het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van schriftuur houdende middelen binnen de wettelijke termijn.