ECLI:NL:HR:2010:BM1942
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing Wajong-uitkering en verklaart cassatieberoep ongegrond
Belanghebbende vroeg een uitkering aan op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG). De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep bevestigden deze afwijzing.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, maar dit beroep richtte zich niet op schending of verkeerde toepassing van de specifieke artikelen 1, leden 3 tot en met 7, en artikel 3 van Pro de WAJONG, zoals vereist volgens artikel 72, lid 1, van de WAJONG. Hierdoor kon het cassatieberoep niet slagen.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 23 april 2010 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond wegens ontbreken van een juiste grondslag.