ECLI:NL:HR:2010:BM1241
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Geen recht op reisaftrek zonder plaatsbewijzen bij inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende, woonachtig in Utrecht, werkte vier dagen per week elders in dienstbetrekking en had voor 2004 een reisaftrek van €1816 opgegeven bij de aangifte inkomstenbelasting.
Hoewel zij beschikte over een reisverklaring conform artikel 3.87, lid 11, Wet IB 2001, kon zij geen plaatsbewijzen overleggen zoals vereist volgens artikel 16, lid 3, Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001. De Rechtbank verklaarde het bezwaar van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat zonder plaatsbewijzen geen recht op reisaftrek bestaat. De klachten van belanghebbende faalden, en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; geen recht op reisaftrek zonder plaatsbewijzen.