ECLI:NL:HR:2010:BM0895
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering van einddatum vergoedingsplicht bij inkomensschade na verkeersongeval
Op 16 september 2000 werd eiser slachtoffer van een verkeersongeval waarbij zijn auto werd aangereden terwijl deze stilstond voor een rood licht. Hij liep whiplashklachten op die leidden tot gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en inkomensschade. De aansprakelijkheid van de verzekeraar Winterthur werd erkend.
Eiser was hoofdmonteur en had daarnaast een eigen bedrijf in rolluiken. Na het ongeval werd hij afgekeurd voor zijn beroep en ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid. Diverse medische rapporten, waaronder van neuroloog Van den Doel, constateerden whiplashletsel met een mogelijkheid tot herstel.
De rechtbank kende een vergoeding toe, maar het hof stelde de vergoedingsplicht van Winterthur vast tot 1 juli 2004, met motivering dat eiser enige tijd moest krijgen om ander werk te vinden. Winterthur stelde dat eiser onvoldoende had gedaan om zijn schade te beperken, wat het hof verwierp.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vergoedingsplicht na 1 juli 2004 zou eindigen. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor nadere beoordeling. Daarnaast worden de proceskosten toegewezen aan respectievelijk eiser en Winterthur in het incidentele beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering van de einddatum van de vergoedingsplicht en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.