ECLI:NL:HR:2010:BM0255
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over rijden met ingevorderd rijbewijs zonder opzet of schuld
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor het rijden terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd. Het hof stelde vast dat verdachte op 7 oktober 2006 twee keer een motorrijtuig bestuurde terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd en niet was teruggegeven.
Verdachte voerde verweer dat hij niet wist dat zijn rijbewijs was ingevorderd, mede omdat hij geen schriftelijk bewijs van invordering had ontvangen. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat verdachte zich bewust had moeten zijn van de invordering, ook al was hij mogelijk nog beneveld. Dit leidde tot strafbaarheid.
De Hoge Raad bevestigde dat voor een bewezenverklaring op grond van art. 9, zevende lid, Wegenverkeerswet 1994 geen opzet of schuld vereist is ten aanzien van het ingevorderd zijn van het rijbewijs. Het hof had terecht geoordeeld dat het ontbreken van bewustheid niet automatisch tot ontslag van straf leidt, maar dat dit wel relevant kan zijn bij een beroep op afwezigheid van alle schuld.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat leidde tot vermindering van de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend wat betreft de strafmaat en bevestigde het verder.
De uitspraak werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 8 juni 2010.
Uitkomst: Verdachte is strafbaar voor het rijden met een ingevorderd rijbewijs; geldboete en hechtenis werden verminderd wegens termijnoverschrijding.