ECLI:NL:HR:2010:BM0136

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00022
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in faillissementszaak wegens gebrek aan belang bij faillissementsaanvrage

In deze zaak stond centraal de vraag of een faillissementsaanvrage moest worden afgewezen wegens onvoldoende actief voor uitkering na afrekening van faillissementskosten, oftewel gebrek aan belang. Verzoekers hadden beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof dat hun faillissementsaanvrage afwees. Tevens was de vraag aan de orde of de curator in zijn schriftelijk verslag aan het hof mocht ingaan op de beroepsgronden van de schuldenaar.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en arresten in de zaak en overwoog dat de klachten van verzoekers niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. Hiermee werd de faillissementsaanvrage afgewezen wegens gebrek aan belang en werd de bevoegdheid van de curator om schriftelijk op de beroepsgronden in te gaan bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de faillissementsaanvrage afgewezen wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

4 juni 2010
Eerste Kamer
10/00022
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 75439/FT-RK 08.5120 van de rechtbank Dordrecht van 10 november 2009,
b. het arrest in de zaak 200.048.656/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 december 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] is niet verschenen.
De zaak is voor [verzoeker] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 juni 2010.