ECLI:NL:HR:2010:BL9016

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01922
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf en vervangende hechtenis wegens overschrijding redelijke termijn

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatiemiddel. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, waarbij het aantal taakstrafuren wordt verminderd tot 171 uren en de vervangende hechtenis tot 85 dagen.

De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Wel stelt de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, wat leidt tot vermindering van de straf.

De beslissing van de Hoge Raad is genomen na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep, wat de overschrijding van de redelijke termijn bevestigt. De Hoge Raad wijst het beroep voor het overige af en bevestigt het arrest met de genoemde aanpassingen.

Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 171 uren en vervangende hechtenis tot 85 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

28 september 2010
Strafkamer
nr. 08/01922
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 april 2008, nummer 22/003751-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf in de vorm van een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
vermindert het aantal uren taakstraf in die zin dat dit 171 uren bedraagt;
vermindert de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 85 dagen beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 28 september 2010.