ECLI:NL:HR:2010:BL8772
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in zaak bezit kinderporno onder art. 240b Sr
Op 6 april 2010 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen in een strafzaak betreffende bezit van kinderporno, zoals omschreven in het oude artikel 240b Sr. Het beroep was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 juli 2008. De raadsheren oordeelden dat de ingebrachte middelen geen gronden bevatten die tot cassatie konden leiden.
De advocaat van verdachte diende schriftelijke middelen in, waarop de Advocaat-Generaal Jörg concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad vond geen noodzaak tot nadere motivering, aangezien de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door vice-president F.H. Koster als voorzitter, met raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven. Hiermee werd het vonnis van het hof bekrachtigd en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.