ECLI:NL:HR:2010:BL7812
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 11 mei 2010 uitspraak gedaan over het cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 juni 2008. Het hof had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, terwijl de rechtbank eerder vier jaren had opgelegd. De Hoge Raad constateerde een kennelijke misslag in de strafmotivering van het hof, omdat het hof had overwogen dat de door het openbaar ministerie geëiste straf te licht was, maar vervolgens een straf oplegde die hoger was dan die van de rechtbank.
De Hoge Raad verbeterde deze misslag ambtshalve en vernietigde het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafduur. Vervolgens werd de straf verminderd tot vier jaar en zes maanden. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot de strafvermindering.
De overige middelen van cassatie werden verworpen, en de Hoge Raad bevestigde het overige oordeel van het hof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd van vijf jaren naar vier jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.