ECLI:NL:HR:2010:BL7226
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag BPM wegens definitieve vrijstelling bij verkrijging Nederlanderschap
Belanghebbende, werkzaam bij het Marokkaanse consulaat, kreeg in 1993 vrijstelling van BPM voor een personenauto op grond van diplomatieke status en het ontbreken van het Nederlanderschap.
In 2004 verkreeg belanghebbende het Nederlanderschap door een optieverklaring, waarna de Inspecteur naheffingsaanslagen BPM en omzetbelasting oplegde. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het Nederlanderschap definitief was verkregen, waardoor de vrijstelling niet meer van toepassing was.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de vrijstelling die vóór 1 juli 1994 werd verleend een definitief karakter heeft en niet kan worden herroepen door latere wijzigingen in nationaliteit. Hierdoor is geen BPM verschuldigd en wordt de naheffingsaanslag BPM vernietigd.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan belanghebbende. De uitspraak van het Hof wordt vernietigd voor zover deze de BPM betreft, en de zaak wordt door de Hoge Raad afgedaan.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd omdat de vrijstelling een definitief karakter heeft en niet kan worden herroepen na verkrijging van het Nederlanderschap.