ECLI:NL:HR:2010:BL6077

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04705 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 WoningwetArt. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch uit 2004, waarin de aanvrager schuldig werd verklaard aan overtreding van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet zonder strafoplegging.

De Hoge Raad beoordeelde of de aanvrage voldeed aan de wettelijke vereisten voor herziening, namelijk dat er nieuwe feitelijke omstandigheden moeten zijn die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst zou hebben geleid.

De aanvrage bevatte geen dergelijke nieuwe feiten of bewijsmiddelen. Daarom kon het verzoek niet worden ontvangen en verklaarde de Hoge Raad het verzoek niet-ontvankelijk.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 2 maart 2010.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken van nieuwe feiten.

Uitspraak

2 maart 2010
Strafkamer
nr. 09/04705 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 februari 2004, nummer 20/001254-02, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Roermond van 27 maart 2002 - de aanvrager ter zake van "overtreding van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet" schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. Het in de aanvrage gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 2 maart 2010.