ECLI:NL:HR:2010:BL5560
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens ontbreken economische eigendom
Belanghebbende kreeg op 18 januari 2002 een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd wegens de verkrijging van een onroerende zaak. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar de Rechtbank Breda vernietigde deze. Het Hof stelde de Inspecteur in het gelijk en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende op 18 januari 2002 de economische eigendom van de onroerende zaak had verkregen in de zin van artikel 2, lid 2, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1990. Het Hof oordeelde bevestigend, maar de Hoge Raad stelde vast dat sinds een wetswijziging per 12 november 1999 het risico van tenietgaan niet langer als zelfstandige eis geldt voor economische eigendom.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en bevestigde het oordeel van de Rechtbank dat geen economische eigendom was verkregen. Tevens werd geoordeeld dat de tweede grondslag van de Inspecteur voor de aanslag niet kan slagen omdat deze niet op het aanslagbiljet vermeld stond. De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat geen economische eigendom is verkregen, waardoor de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt vernietigd.