ECLI:NL:HR:2010:BL5538
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering bedrag ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na cassatie
In deze cassatieprocedure heeft de betrokkene beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had het bedrag van de ontneming gebaseerd op een hoeveelheid van zeven kilogram cocaïne, ondanks dat de rechtbank slechts een deel daarvan bewezen verklaarde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven door de ontnemingsvordering te baseren op de totale hoeveelheid cocaïne die onder het gronddelict valt, en dat er geen schending van het EVRM heeft plaatsgevonden. Tevens wordt het gebruikte bewijsmateriaal, waaronder verklaringen van medeverdachten en politie-rapporten, als voldoende geacht om de hoeveelheid cocaïne vast te stellen.
Echter, vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, vermindert de Hoge Raad het bedrag van de ontneming van €52.735,- naar €47.735,-. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige bewijsvoering en een redelijke termijn in strafrechtelijke ontnemingszaken.
Uitkomst: Het bedrag van de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt verminderd tot €47.735,-, het beroep wordt voor het overige verworpen.