ECLI:NL:HR:2010:BL4104
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping van het cassatieberoep tegen arrest Gerechtshof Amsterdam
Op 6 april 2010 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 9 juni 2008. Het beroep was ingesteld door verdachte, vertegenwoordigd door mr. H.G.A.M. Halfers. De Advocaat-Generaal Jörg had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, met raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven. Hiermee is het vonnis van het gerechtshof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.