ECLI:NL:HR:2010:BL3591
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongebruikelijke terbeschikkingstelling binnen familieverband in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar werd de aanslag verminderd door de Inspecteur. De Rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de aanslag verder. De Inspecteur stelde hoger beroep in bij het Hof, dat de uitspraak van de Rechtbank vernietigde en het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen faalden en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
De kern van het geschil betrof de vraag of de terbeschikkingstelling van een pand binnen een familieverband maatschappelijk ongebruikelijk was in de zin van artikel 3.92 lid 3 Wet IB 2001. De Hoge Raad bevestigde dat dit het geval was, waardoor de aanslag terecht was opgelegd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting blijft in stand.