ECLI:NL:HR:2010:BL2244

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02579
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bewijsaanbod en specificatie in hoger beroep in Antillenzaak

In deze Antillenzaak heeft de Hoge Raad op 26 maart 2010 arrest gewezen over de vereisten voor het bewijsaanbod in hoger beroep. De zaak betreft een procedure die reeds meerdere jaren speelde bij de gerechten van de Nederlandse Antillen en Aruba.

De Hoge Raad overweegt dat in hoger beroep niet volstaat met een algemene opgave van de stellingen waarvan bewijs wordt aangeboden. Er moet een nadere specificatie worden gegeven waarin wordt aangegeven in hoeverre de getuigen meer of anders kunnen verklaren dan zij reeds hebben gedaan in eerdere instanties.

Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen omdat de klachten onvoldoende zijn gespecificeerd en geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie, die nihil worden begroot aan de zijde van verweerders.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende specificatie van het bewijsaanbod in hoger beroep.

Uitspraak

26 maart 2010
Eerste Kamer
08/02579
EE/SV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende op [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende op [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
wonende op [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak A.R. no. 221/1997 van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten van 27 mei 1997, 23 september 1997, 29 september 1998, 5 juni 2001, 17 december 2002, 23 november 2004 en 25 april 2006,
b. het vonnis in de zaak AR 221/97 - H52 en 52a/07 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 14 maart 2008.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 maart 2010.