ECLI:NL:HR:2010:BL2237
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand
In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst centraal vanwege een huurachterstand. Eiseres, wonende te een woonplaats, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 7 augustus 2008, waarin de ontbinding was bevestigd.
De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de kantonrechter Amsterdam van 7 juni 2007 en het arrest van het gerechtshof Amsterdam. Habro B.V., de verweerder in cassatie, was niet verschenen en verstek was verleend.
De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van Habro nihil werden begroot. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser en in het openbaar uitgesproken door Van Schendel op 19 maart 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst wordt bevestigd.