ECLI:NL:HR:2010:BL1953
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Recht op scholingsaftrek voor scholingskosten van maatschapsleden in vennootschapsbelasting
De Inspecteur stelde het verlies van belanghebbende voor het jaar 1999 vast bij beschikking, welke na bezwaar gehandhaafd bleef. De Rechtbank Haarlem vernietigde deze uitspraak en stelde het verlies hoger vast. Het Hof bevestigde dit oordeel. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had door de scholingskosten slechts toe te rekenen naar het aandeel in de winst van de maatschap. De scholingskosten zijn toe te rekenen aan de onderneming van het lid dat de kosten maakt, ongeacht het winstverdelingspercentage.
De Hoge Raad verhoogde het vastgestelde verlies tot ƒ 115.629 (€ 52.470,15) en gelastte vergoeding van de griffierechten aan belanghebbende. Hiermee werd het beroep in cassatie gegrond verklaard en de eerdere uitspraken vernietigd, behoudens beslissingen over griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het verlies wordt verhoogd en de eerdere uitspraken worden vernietigd.