ECLI:NL:HR:2010:BL0662
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in strafzaak tegen verdachte
Op 16 maart 2010 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 juli 2007. Het beroep was ingesteld door de verdachte en werd ondersteund door zijn advocaten mr. J. Kuijper en mr. M. Mulder. De Advocaat-Generaal Jörg had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De uitspraak werd gedaan door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink.
Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het hof zonder inhoudelijke beoordeling van de aangevoerde middelen, waarmee het cassatieberoep definitief is afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen en het arrest van het hof bevestigd.