ECLI:NL:HR:2010:BL0594

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03915
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:30 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Storting op bankrekening geen betaling door derde en geen aflossing krediet

In deze zaak vorderde ING Bank N.V. betaling van een bedrag van € 334.871,75 van eiseres, welke zij betwistte. De rechtbank Roermond veroordeelde eiseres tot betaling van € 333.011,23, vermeerderd met rente en kosten. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep. Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De kern van het geschil betrof de kwalificatie van een storting op een bankrekening. Eiseres stelde dat deze storting als betaling door een derde moest worden aangemerkt, wat zou leiden tot aflossing van het openstaande krediet. De Hoge Raad oordeelde echter dat de storting niet als een betaling door een derde kan worden gekwalificeerd. De storting was bedoeld om een verschuldigde koopsom te voldoen en niet om het krediet af te lossen.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiseres en veroordeelde haar in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest bevestigt de strikte interpretatie van artikel 6:30 BW Pro omtrent betaling door een derde en de gevolgen daarvan voor de aflossing van kredieten.

Uitkomst: Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de storting geen betaling door een derde was en het krediet niet werd afgelost.

Uitspraak

9 april 2010
Eerste Kamer
08/03915
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en ING.
1. Het geding in feitelijke instanties
ING heeft bij exploot van 21 oktober 2003 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank Roermond en gevorderd, kort gezegd, [eiseres] te veroordelen aan ING te betalen een bedrag van € 334.871,75, met rente en kosten.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 10 maart 2004 en 4 augustus 2004, bij eindvonnis van 3 augustus 2005 [eiseres] veroordeeld tot betaling aan ING van een bedrag van € 333.011,23, vermeerderd met rente en kosten.
Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Na een tussenarrest van 28 augustus 2007 heeft het hof bij eindarrest van 3 juni 2008 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ING heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door mr. M.J. Schenck, advocaat te Amsterdam, en voor ING door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 5 februari 2010 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 1.219,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 april 2010.