ECLI:NL:HR:2010:BL0080
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en directe brutering loonheffing bij zwartbetaalde lonen
Belanghebbende exploiteert een horecagelegenheid en werd geconfronteerd met correctienota's van het UWV wegens onjuiste loonopgaven over de jaren 2001-2003, nadat een strafrechtelijk onderzoek van de FIOD-ECD zwarte lonen aan het licht bracht. Het UWV paste directe brutering toe op de niet aangegeven lonen, omdat verhaal op werknemers onmogelijk was door vernietiging van gegevens.
De Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, maar de Centrale Raad bevestigde het oordeel van het UWV dat directe brutering terecht was, mede omdat belanghebbende het systeem had ingericht om verhaal onmogelijk te maken. Tevens oordeelde de Centrale Raad dat het UWV niet gebonden was aan de vaststellingsovereenkomst tussen belanghebbende en de Belastingdienst.
De Hoge Raad stelt dat het UWV moet aannemelijk maken dat de werkgever de inhoudingen voor zijn rekening nam en dat de vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst wel degelijk relevant is voor de vaststelling van het bruteringbedrag. De Hoge Raad vernietigt het arrest van de Centrale Raad en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de gevolgen van de vaststellingsovereenkomst voor de brutering van loonheffing.
De Hoge Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten en benadrukt dat de Centrale Raad moet beoordelen in hoeverre de vaststellingsovereenkomst de correctienota's beïnvloedt. De zaak betreft complexe vraagstukken over loonheffing, bewijs en de rechtsverhouding tussen werkgever, Belastingdienst en UWV.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van de Centrale Raad en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de gevolgen van de vaststellingsovereenkomst voor de brutering van loonheffing.