ECLI:NL:HR:2010:BK9186

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03937
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • O. de Savornin Lohman
  • W.D.H. Asser
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vorderingen wegens tekortkoming vermogensbeheer

Eiser heeft verweerster gedagvaard wegens vermeende toerekenbare tekortkoming en onrechtmatig handelen in het kader van een vermogensbeheerovereenkomst gesloten op 24 mei 2000. Hij vorderde onder meer vernietiging van de overeenkomst en schadevergoeding. De rechtbank wees de vorderingen af en het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde dit vonnis bij arrest van 5 juni 2008.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft de afwijzing van de vorderingen van eiser in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en zijn vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

12 maart 2010
Eerste Kamer
08/03937
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats], België,
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. R.L. Bakels,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 14 januari 2004 [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd,
- primair, (a) voor recht te verklaren dat de vermogensbeheerovereenkomst van 24 mei 2000 tussen partijen op 13 augustus 2003 rechtsgeldig is vernietigd,
- subsidiair, (b) de vermogensbeheerovereenkomst van 24 mei 2000 tussen partijen te vernietigen,
- meer subsidiair, (c) voor recht te verklaren
dat [verweerster] toerekenbaar tekort is geschoten jegens [eiser] inzake de vermogensbeheerovereenkomst en/of dat [verweerster] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en (d) art. 6 van Pro de vermogensbeheerovereenkomst te vernietigen, althans voor recht te verklaren dat [verweerster] geen beroep op dit artikel toekomt,
- zowel primair als (meer) subsidiair, (e) voor recht te verklaren dat [verweerster] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [eiser] inzake vermogensadvisering en/of dat [verweerster] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en (f) [verweerster] te veroordelen tot betaling van de door [eiser] geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
[Verweerster] heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 15 juni 2005 de vorderingen van [eiser] afgewezen.
Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
[Verweerster] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 5 juni 2008 heeft het hof, in het principaal beroep, het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en in het incidenteel beroep het beroep verworpen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster] mede door mr. L. van den Eshof, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 maart 2010.