ECLI:NL:HR:2010:BK8862

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03939 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvWet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek wegens onjuiste kentekenverzekering

De aanvrager werd door de Kantonrechter veroordeeld wegens het niet hebben van een verplichte motorrijtuigverzekering op 17 augustus 2005 voor een specifiek kenteken. Hij verzocht om herziening van dit vonnis op grond van een nieuwe verzekeringsverklaring van ASR Verzekeringen, waarin werd gesteld dat er op die datum wel een geldige verzekering was.

De Hoge Raad beoordeelde of deze nieuwe omstandigheid een ernstig vermoeden kon wekken dat het onderzoek tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging zou leiden. De verklaring bleek echter betrekking te hebben op een ander kenteken dan het motorrijtuig waarvoor de aanvrager was veroordeeld. Hierdoor kon de verklaring niet tot herziening leiden.

De Hoge Raad concludeerde dat het verzoek tot herziening kennelijk ongegrond was en wees het af. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 12 januari 2010.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens een verzekeringsverklaring die betrekking heeft op een ander kenteken dan het ten laste gelegde motorrijtuig.

Uitspraak

12 januari 2010
Strafkamer
nr. 09/03939 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van 18 november 2009 van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Leeuwarden van 14 september 2006, nummer 17/800297-06, ingediend door mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden, namens:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden", gepleegd op 17 augustus 2005, veroordeeld tot een geldboete van € 385,--, subsidiair 7 dagen hechtenis.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. In de zaak die tot bovengenoemd vonnis heeft geleid, werd de aanvrager gedagvaard om als verdachte te verschijnen op 14 september 2006 ter zake van het hem bij inleidende dagvaarding tenlastegelegde, te weten dat:
"hij op of omstreeks 17 augustus 2005, te Nes, in de gemeente Boarnsterhim, althans in Nederland, als degene aan wie voor een motorrijtuig (bedrijfsauto) het kenteken [AA-00-BB] was opgegeven, en waarvoor een kentekenbewijs was afgegeven, niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen had gesloten en in stand gehouden."
3.3.1. De aanvrage berust op de grond dat sprake is van een omstandigheid als hiervoor onder 3.1 vermeld. Daartoe wordt aangevoerd dat uit de bij de aanvrage overgelegde brief van de verzekeraar ASR Verzekeringen van 11 november 2009 blijkt dat op 17 augustus 2005 voor het motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen van kracht was.
3.3.2. De aan de hiervoor onder 3.3.1 bedoelde brief gehechte Verklaring artikel 34 WAM Pro houdt onder meer het volgende in:
"Ter voldoening aan het gestelde in artikel 34, lid 2, van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) verklaart ASR Verzekeringen (...) hierbij dat op 17-08-2005 voor het motorrijtuig voorzien van het kenteken [CC-00-DD] een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed (...)."
3.4. Deze verklaring kan niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor onder 3.1 bedoeld, aangezien die verklaring betrekking heeft op een motorrijtuig met een ander kenteken dan waarop de veroordeling, waarvan herziening wordt gevraagd, betrekking heeft.
3.5. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 12 januari 2010.