ECLI:NL:HR:2010:BK8635
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het bevel tot inbewaringstelling in faillissementsprocedure en de rol van de curator
In deze zaak is [verweerder] op 15 januari 2008 failliet verklaard en is een curator benoemd. De curator stelde de rechter-commissaris voor om [verweerder] in verzekerde bewaring te stellen wegens het niet nakomen van verplichtingen, waaronder het niet afgeven van administratie en roerende zaken en het niet doen van een betaling op de boedelrekening.
De rechtbank gaf op 23 juni 2008 een bevel tot inbewaringstelling, maar de uitvoering daarvan bleef achterwege. Het hof vernietigde dit bevel en wees de inbewaringstelling af, omdat de curator onvoldoende had onderbouwd welke afspraken niet waren nagekomen en omdat het bevel niet onmiddellijk was uitgevoerd.
De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het hof en stelde dat de wet geen termijn voorschrijft voor onmiddellijke uitvoering van het bevel tot inbewaringstelling. Het is aan de curator om te bepalen wanneer het bevel wordt uitgevoerd, rekening houdend met het belang van de boedel. De Hoge Raad verwierp het incidentele beroep en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij wordt bevestigd dat het bevel tot inbewaringstelling niet onmiddellijk hoeft te worden uitgevoerd.