ECLI:NL:HR:2010:BK8499
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het onrechtmatig storten van afvalstoffen buiten een inrichting
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het zich ontdoen van afvalstoffen door deze buiten een inrichting te storten, in meerdere gevallen tussen 2004 en 2005. Het hof oordeelde dat het achterlaten van chemicaliën in afgesloten trailers of containers ook onder storten valt.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het zich ontdoen van afvalstoffen in de zin van artikel 10.2 Wet milieubeheer ook het achterlaten van afval in afgesloten vervoersmiddelen omvat, mits met de bedoeling deze daar te laten staan. Dit oordeel is niet onjuist of onbegrijpelijk gelet op de milieuregelgeving en de strekking van het verbod.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf wordt verminderd van zeven jaar en zes maanden naar zeven jaar en drie maanden. Het beroep wordt verder verworpen en de rest van het arrest blijft in stand.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeven jaar en drie maanden, het oordeel over het onrechtmatig storten van afvalstoffen wordt bevestigd.