ECLI:NL:HR:2010:BK7035
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt onder meer of de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de strafduur en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, met verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad stelt vast dat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en dat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn is overschreden.
Dit leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, tot een straf van 23 maanden met dezelfde voorwaarden. De overige middelen van cassatie worden verworpen zonder nadere motivering. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 9 februari 2010.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 23 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.