ECLI:NL:HR:2010:BK6351
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt inklimming bij diefstal op erf door over omheining springen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal op een erf door zich toegang te verschaffen via inklimming. Het hof stelde vast dat verdachte op 17 februari 2006 over een omheining van cactussen van ongeveer 1 meter en 25 centimeter is gesprongen om het erf te betreden en vervolgens goederen heeft weggenomen.
De Hoge Raad beoordeelde of het hof ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van inklimming in de zin van art. 324 SrNA Pro. Volgens art. 324 SrNA Pro wordt strafbaar gesteld het zich toegang verschaffen tot de plaats van het misdrijf door middel van braak, verbreking of inklimming. Art. 93 SrNA Pro definieert inklimming als onder meer het overschrijden van sloten of grachten tot afsluiting dienende.
De Hoge Raad oordeelde dat het springen over een omheining van cactussen van die hoogte als inklimming moet worden beschouwd en dat het oordeel van het hof niet onjuist of onbegrijpelijk is. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen. Hiermee blijft de veroordeling van verdachte wegens diefstal met inklimming in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van inklimming door het hof bevestigd.